Wat is een dampopen windstopper en hoe werkt deze?

Jan Mentink ·

Een dampopen windstopper is een plaat of folie die in een geventileerde gevelconstructie wordt aangebracht om wind en neerslag buiten te houden, terwijl waterdamp vanuit de constructie naar buiten kan ontwijken. Dit onderscheidt de dampopen windstopper van dampdichte varianten: de constructie kan ademen, waardoor vochtophoping en schimmelvorming worden voorkomen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde technische vragen over dampopen windstoppers, van werking en materiaalkeuze tot verwerking en brandveiligheid.

Hoe werkt dampdoorlatendheid in een gevelconstructie?

Dampdoorlatendheid in een gevelconstructie betekent dat waterdamp die vanuit de binnenzijde van een gebouw door de constructie beweegt, naar buiten kan ontwijken zonder dat de windstopper dit proces blokkeert. Dit werkt via de Sd-waarde: hoe lager de Sd-waarde van een materiaal, hoe beter het waterdamp doorlaat. Een dampopen windstopper heeft een lage Sd-waarde, waardoor de constructie als geheel kan drogen naar de buitenzijde.

In de praktijk werkt dit als volgt: warme binnenlucht bevat meer waterdamp dan koude buitenlucht. Die damp beweegt door de constructie van warm naar koud. Als de windstopper dampdicht is, stapelt die damp zich op in de isolatielaag. Dit leidt tot vochtschade, verminderde isolatiewaarde en op termijn schimmelvorming. Een dampopen constructie laat de damp passeren en de geventileerde luchtspouw achter de gevelbekleding voert de resterende vochtigheid af. Dit principe maakt dampopen bouwen relevant voor zowel nieuwbouw als renovatie.

Wat zijn de technische eisen voor een dampopen windstopper?

Een dampopen windstopper moet voldoen aan een combinatie van technische prestatie-eisen: een lage Sd-waarde voor dampdoorlatendheid, voldoende windweerstand om luchtlekkage te voorkomen en een adequate weerstand tegen neerslag. In de Nederlandse bouwpraktijk geldt als richtlijn dat de windstopper minimaal vijf keer zo dampopen moet zijn als de binnenste laag van de constructie, zodat de constructie effectief naar buiten kan drogen.

Concreet betekent dit:

  • Sd-waarde: voor een dampopen windstopper geldt doorgaans een Sd-waarde van maximaal 0,1 tot 0,3 meter, afhankelijk van de totale constructieopbouw
  • Windweerstand: de plaat of folie moet luchtdicht genoeg zijn om convectieverlies door de constructie te voorkomen
  • Waterkerendheid: kortstondige blootstelling aan neerslag mag de constructie niet beschadigen, zeker tijdens de bouwfase
  • Mechanische sterkte: het materiaal moet bestand zijn tegen windbelasting en stootkrachten tijdens montage en gebruik
  • Brandklasse: in veel projecten, met name bij hogere gebouwen en publieke functies, geldt een eis voor brandklasse A1 of A2

Architecten en constructeurs specificeren deze eisen op basis van het Bouwbesluit, de gebruiksfunctie van het gebouw en de klimaatzone. Technische datasheets en testresultaten van de fabrikant zijn daarbij noodzakelijk om de juiste keuze te onderbouwen.

Wat is het verschil tussen een dampopen en dampdichte windstopper?

Het verschil tussen een dampopen en dampdichte windstopper zit in de mate waarin waterdamp door het materiaal kan bewegen. Een dampopen windstopper laat waterdamp passeren en maakt deel uit van een constructie die naar buiten kan drogen. Een dampdichte windstopper blokkeert damptransport volledig en wordt toegepast in constructies waar de dampremmende laag bewust aan de buitenzijde wordt geplaatst.

In de dagelijkse bouwpraktijk zijn deze twee typen niet uitwisselbaar. De keuze hangt af van de totale constructieopbouw:

  • Bij een dampopen constructie zit de dampremmer aan de binnenzijde en de dampopen windstopper aan de buitenzijde. De constructie droogt naar buiten.
  • Bij een dampdichte constructie aan de buitenzijde is de volgorde omgekeerd of wordt een volledig gesloten systeem toegepast. Dit vereist nauwkeurige detaillering om condensatie te voorkomen.

Een fout in de keuze van het type windstopper kan leiden tot structurele vochtproblemen die pas na jaren zichtbaar worden. Daarom is het advies om de materiaalkeuze altijd te onderbouwen met een dampanalyse, bijvoorbeeld via de Glaser-methode of een dynamische simulatie.

Welke materialen worden gebruikt voor dampopen windstoppers?

Dampopen windstoppers worden gemaakt van twee hoofdtypen materialen: dampopen folie op basis van kunststof en stijve platen op basis van minerale of anorganische materialen zoals magnesiumoxide. Beide typen kunnen een lage Sd-waarde hebben, maar ze verschillen sterk in mechanische eigenschappen, brandgedrag en duurzaamheid.

Dampopen folie

Kunststof dampopen folie is lichtgewicht en eenvoudig te transporteren, maar heeft als nadeel dat het gevoelig is voor windschade tijdens transport en montage. De folie moet worden bevestigd aan de onderconstructie en de naden moeten worden afgetapet om winddichtheid te garanderen. Folie is in de meeste gevallen niet brandwerend en valt daarmee buiten de toepassingsgebieden waar brandklasse A1 of A2 vereist is.

Stijve MgO-platen als dampopen windscherm

Stijve platen op basis van magnesiumoxide bieden een alternatief dat dampopen eigenschappen combineert met mechanische sterkte en brandveiligheid. Een dampopen MgO windstopper in plaatformaat hoeft niet afgetapet te worden op dezelfde manier als folie, is stootvast en behoudt zijn eigenschappen ook bij langdurige blootstelling aan vocht. Dit maakt MgO-platen relevant voor projecten met hogere brandveiligheidseisen of langere bouwtijden.

Wanneer is een brandveilige dampopen windstopper verplicht?

Een brandveilige dampopen windstopper is verplicht wanneer de brandklasse-eisen van het Bouwbesluit dit voorschrijven. Dit geldt met name voor gebouwen hoger dan 13 meter, gebouwen met een hoge bezettingsgraad zoals scholen en zorginstellingen, en projecten waarbij de gevelconstructie brandklasse A1 of A2 moet halen. In die gevallen is een kunststof folie niet toegestaan en moet de windstopper aantoonbaar voldoen aan de vereiste brandklasse.

Naast de wettelijke verplichtingen spelen ook verzekeringstechnische eisen en de eisen van opdrachtgevers een rol. Steeds meer projectontwikkelaars en woningcorporaties schrijven brandveilige geveloplossingen voor, ook bij gebouwen waarbij de wetgeving dit technisch niet afdwingt. Dit heeft te maken met de risicobeoordeling van verzekeraars en de toenemende aandacht voor brandveiligheid in de gevel na incidenten in binnen- en buitenland.

Voor architecten en aannemers is het advies om bij elk project de brandklasse-eis van de windstopper expliciet te beoordelen op basis van gebouwhoogte, gebruiksfunctie en de eisen van de opdrachtgever. Technische documentatie en testcertificaten van de fabrikant zijn daarbij noodzakelijk om de keuze te onderbouwen in het bestek.

Hoe wordt een dampopen windstopper correct verwerkt in de gevel?

Een dampopen windstopper wordt correct verwerkt door de platen of folie aan te brengen op de buitenzijde van de draagconstructie of isolatielaag, direct achter de geventileerde luchtspouw. De bevestiging verloopt via schroeven of klemmen op houten latten of metalen profielen. Verticale en horizontale naden moeten winddicht worden afgewerkt om luchtlekkage te voorkomen, terwijl de dampdoorlatendheid van het materiaal zelf behouden blijft.

De verwerkingsstappen in de juiste volgorde:

  1. Controleer de onderconstructie op vlakheid en stevigheid voor montage
  2. Breng de platen of folie aan van onder naar boven, met de juiste overlapping bij folie
  3. Bevestig stijve platen met roestvaststalen schroeven op de voorgeschreven hartafstand
  4. Werk de verticale naden af met het door de fabrikant aanbevolen afdichtingssysteem
  5. Controleer de aansluiting op kozijnen, dakranden en andere doorvoeringen op luchtdichtheid
  6. Breng vervolgens de luchtspouw en gevelbekleding aan conform het constructiedetail

Bij stijve platen is het belangrijk om de maatvoering af te stemmen op de onderlinge afstand van de draagprofielen. Folie vereist extra aandacht voor het aftapen van naden en de bescherming tegen windschade tijdens de montage. De fabrikant van de windstopper levert doorgaans technische verwerkingsrichtlijnen en detailtekeningen die als leidraad dienen bij de uitvoering. Bekijk ook onze gerealiseerde projecten voor praktijkvoorbeelden van correcte gevelopbouw.

Hoe MAGOXX helpt bij dampopen gevelconstructies

Wij bieden met de MAGOXX® Stormstopper een dampopen windscherm op basis van magnesiumoxide dat brandveiligheid en dampdoorlatendheid combineert in één product. Dit maakt het toepasbaar in projecten waar kunststof folie niet voldoet aan de brandklasse-eisen.

Wat de MAGOXX® Stormstopper concreet biedt:

  • Brandklasse A1, gecertificeerd door UL, toepasbaar in projecten met hoge brandveiligheidseisen
  • Dampopen constructie die vocht laat ontwijken zonder de isolatielaag te beschadigen
  • Stijve plaat in het formaat 1200 mm × 3000 mm, die luchtlekkage, vochtophoping en warmteverlies voorkomt
  • Bestand tegen wind en neerslag tot 12 maanden, waardoor de constructie tijdens de bouwfase beschermd blijft
  • Goedkopere naadafwerking dan concurrerende oplossingen, waardoor de totale verwerkingskosten lager uitvallen
  • Combineerbaar met elk type isolatiemateriaal

Wil je weten of de MAGOXX® Stormstopper past binnen jouw gevelconstructie? Neem contact met ons op voor technisch advies op maat.

Gerelateerde artikelen